HERSTEL EN HOOPVERLENING

 

Herstel en herstelondersteunende zorg zijn een belangrijke leidraad geworden in de zorg voor mensen met psychische problemen. Tegelijk lijken deze termen “herstel’ en ‘herstelondersteunende zorg’ te pas en te onpas gebruikt te worden, waardoor hun echte betekenis soms verloren gaat.

In elk geval, het begrip ‘herstel’ dient steeds opnieuw te worden gezien vanuit het zogenaamde ‘cliëntperspectief’, het individuele perspectief van iemand met eigen ervaring rond psychische kwetsbaarheid. Herstel is dan telkens een eigen persoonlijk proces, om vanuit ontwrichtende ervaringen weer enigszins grip op het eigen leven te krijgen. In deze verdere zoektocht naar een hoopvol evenwicht, wordt bijzondere nadruk gelegd op kwaliteit van leven, op mogelijkheden, op eigen sterktes en hulpbronnen uit de omgeving.

Wat anderen in dit persoonlijke herstelproces kunnen betekenen, wordt gebundeld onder de term ‘herstelondersteunend werken’ of ‘herstelondersteunende zorg’. We kunnen enkel mensen ondersteunen in het persoonlijke herstelproces, als daarbij de richting wordt bepaald door de persoon zelf, vanuit een gelijkwaardige relatie. Het leren omgaan met

mogelijke beperkingen én vertrouwen in eigen kunnen, rond alle levensgebieden en als een volwaardige deelnemer in de eigen omgeving, zorgen mee voor perspectief en zingeving. Herstel is een proces en blijft dus altijd in beweging.

In de verdere praktijkontwikkeling van herstelondersteunende zorg blijven de meerstemmige perspectieven van ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers (zowel vanuit eigen ervaring als familie-ervaring) een cruciaal uitgangspunt. Hulpverleners en ervaringswerkers samen als hoop-verleners, actieve hulpbronnen en compagnons

Terwijl hoop en hoop-verlening vaak aan bod komen in het herstelverhaal van mensen, wordt ook meer en meer duidelijk dat er eigenlijk een krachtig onderscheid is tussen hoop en optimisme - ook al worden in de volksmond deze woorden vaak met elkaar verward. Hoop voegt iets essentieel toe, zoals onder andere ook wordt aangehaald in het boek van Leo Bormans (2015): “Hoop is optimisme met opgestroopte mouwen, samen”. Wanneer iemand zijn mouwen begint op te stropen, kan dat anderen aanmoedigen om dat ook te doen, voor zichzelf en voor elkaar.

En om de cirkel rond te maken met de praktijk van Open Dialogue, is het ook net opvallend hoeveel mensen vertellen hoe Open Dialogue-bijeenkomsten hen weer hoop kunnen geven, waardoor men samen weer verder kan.

“The continuity, just knowing that there is ‘always a next time possible’, is so meaningful… Knowing that you have a perspective, and seeing hope for the future... We can meet again later, what could not yet be said or understood today, has not to be solved... We can hear from each other what’s needed to go on now, until the next time we meet... When you know that there might be a be sequel, a follow-up meeting, this also ensures that in the moment itself, you can be more vulnerable, that you are allowed to feel as you are...  In Open Dialogue meetings it’s also the family or personal network that gets the chance to evolve along ... and grow on that path.” (Re-visiting on the Why - The values, motives and opportunities of developing Open Dialogue practice, 2024)